Zaterdagmorgen 7 september 1946 daverde de lucht weer van de ontploffingen, wat meestal betekende dat er hoog bezoek was. Inderdaad was er ditmaal zéér hoog bezoek, namelijk de generaal de Lattre de Tassigny die het inmiddels befaamd geworden Stormschool Bloemendaal een bezoek bracht. Hij was daar aanwezig met zijn staf en volgde met buitengewoon grote belangstelling de demonstraties op het landgoed van Huize Wildhoef. Ook generaal Kruls was bij de demonstraties aanwezig.

De Franse generaal de Lattre de Tassigny was bekend van de Eerste Wereldoorlog en vooral ook van de Tweede Wereldoorlog, door zijn krachtdadig verzet toen de Duitsers de zogenaamde “Zone Libre” binnendrongen. Hij was vol lof over de prestaties van de Nederlandse soldaten en vooral voor de instructeurs die de manschappen in zo’n korte tijd hadden gebracht tot een buitengewone grote gevechtswaarde.

Lt.-Kol. b.d. L.M.A. van Oijen schreef in zijn boek “Soldatenverhalen aan de vergetelheid ontrukt” het volgende:

EEN EREGROET

De compagnie staat aangetreden, honderdtwintig man in één blok. De mannen hebben hun beste grijs aan, een vlijmscherpe plooi in de broek geperst, de schoenen glimmen, het koperwerk schittert in de zon. Zij staan ‘op de plaats rust’, met het geweer aan de voet, opgesteld in het grote park van Huize ‘Wildhoef’, direct bij de ingang van het gebouwencomplex. In de ‘Wildhoef’ is sedert kort de Stormschool Bloemendaal gehuisvest. Daar worden detachementen opgeleid die uitgezonden worden naar Indië. De opleiding is pittig. De instructeurs zijn voornamelijk commando’s, de Groene baretten. Tijdens de oorlog zijn ze door de Engelsen opgeleid, onder de meest barre omstandigheden. Zij zijn onder meer geland in Vlissingen, hebben deelgenomen aan de strijd op Walcheren. Nu leiden ze op voor de Oost. In Bloemendaal passen ze de methodes van de Engelsen toe. Op de Stormschool wordt een keiharde gevechtsopleiding gegeven, met veel geloop in de duinen, met veel geschreeuw, geschiet en ontploffingen. De cursisten zijn steeds in de weer, bij dag en bij nacht, op de hindernisbaan, op de touwbaan, met ongewapend vechten, met het overvallen van schildwachten. Tussen de bedrijven door wordt er ook veel aan exercitie gedaan. Alles moet flitsend gaan, en dat leer je met exercitie, met drills. Eén schreeuw … één klap … één beweging! En het moet blinken en schoon zijn op de Stormschool: poetsen, veel poetsen, steeds maar weer, na elke oefening. Koper poetsen, schoenen poetsen, de uitrustingstukken blancoën. Op de Stormschool wordt niet alleen “hit and run” en “silent killing” onderwezen, maar ook “spit and polish”!

Het kan dan ook niet anders, of de compagnie staat er onberispelijk bij op die zonnige dag.
Buitenlandse militaire autoriteiten, die op bezoek komen in Nederland, gaan steevast ook een dag naar de “Wildhoef”, om te zien hoe wij het doen met de opleiding. De Stormschool is een begrip, een pronkstuk, het visitekaartje van het Nederlandse leger.
En nu wordt er weer een hoge bezoeker verwacht, de bevelhebber van het Franse leger, generaal Jean de Lattre de Tassigny.
Opeens motorgeronk. Motorrijders van de Koninklijke Marechaussee komen de poort binnen rijden, een grote zwarte wagen volgt.
Commandant Stormschool en zijn stafofficieren staan ter begroeting voor het hoofdgebouw. De Franse en de Nederlandse vlaggen wapperen hoog in de lucht, naast elkaar aan lange vlaggenmasten.
Generaal de Lattre de Tassigny stapt uit de wagen, zo ook zijn gastheer, generaal Kruls, de Nederlandse bevelhebber. Een trompetter geeft het “geeft acht”- signaal. Commandant Stormschool Bloemendaal meldt zich en stelt zijn stafofficieren voor. Generaal de Lattre de Tassigny wordt uitgenodigd de erecompagnie te inspecteren.
De compagniescommandant meldt de compagnie.
“Hoofd … rechts!” De generaal gaat langzaam langs de compagnie. Het is alsof hij elke man goed opneemt en recht in de ogen kijkt. De compagnie maakt een goede indruk. De generaal waardeert dit. Hij bedankt de compagniescommandant voor het eerbewijs, complimenteert hem voor de goede houding van de troep, geeft hem een handdruk. De Fransen zijn zeer gesteld op égards en eerbewijzen. Zichtbaar voldaan over de goede ontvangst loopt de generaal terug naar de plaats waar generaal Kruls, de commandant Stormschool en de stafofficieren zich bevinden. Hij kijkt even naar links en naar rechts om het decor in zich op te nemen; de bloemperken, de boomgroepen, de grasvelden. Opeens houdt hij halt, bedenkt zich, verandert van richting en loopt gedecideerd naar een rijtje witte kruizen.
Hij staat dan stil voor een zestal ‘Commandograven’. Dit zijn waarschuwingsgraven, bestemd voor de cursisten, om goed tot hen te laten doordringen, dat alles wat op de Stormschool geleerd wordt van groot belang is, en zelfs een kwestie van leven en dood kan zijn. Na hun vertrek uit de Stormschool gaan ze naar Indië waar een guerrillaoorlog woedt. Een goede basisopleiding is een voorwaarde wil je het overleven en dit gebeurt onder meer op de Stormschool.
Op de witte kruizen staan met zwarte letters waarschuwende zinnen geschreven: “Hier ligt Jan Knoest, zijn geweer was verroest”, “Jan Papen, hij speelde met zijn wapen” … …

Generaal de Lattre de Tassigny staat voor de grafstenen, neemt de houding aan en brengt de militaire groet! Generaal Kruls, de commandant Stormschool en de stafofficieren zijn volledig verrast, kijken elkaar aan.
“Wat nu?”
Het is te laat om generaal de Lattre de Tassigny in te lichten over die imitatiegraven. Honderdtwintig man van de erecompagnie, de tuinlieden op de achtergrond, het burgerpersoneel dat achter de ramen staat te kijken, iedereen ziet wat er gebeurt! Het zou gezichtsverlies betekenen om de generaal zijn groet te laten beëindigen en hem weg te praten van die nepgraven.
Tergend langzaam gaan de seconden voorbij. Generaal de Lattre de Tassigny houdt niet van halve maatregelen en als je een eerbewijs brengt, dan moet je er de tijd voor nemen. Hij staat lang, heel lang in de houding, met zijn rechterhand aan de kepi, kennelijk in verre gedachten verzonken. Hij vertrekt geen spier, is doodernstig. Alleen de muziek en de krans ontbreken nog, het gebeuren zou anders volledig zijn geweest!
Eindelijk maakt generaal de Lattre de Tassigny er een einde aan. Hij maakt ‘rechtsomkeert’ en begeeft zich naar generaal Kruls. Duidelijk is iedereen nu weer ontspannen, met doet opgewekt, alsof er niets bijzonders aan de hand is geweest. Generaal de Lattre de Tassigny heeft niet in de gaten, dat hij een hoop mensen in verlegenheid heeft gebracht. Hij wordt gauw gebracht naar de plaats waar demonstraties worden gehouden.

Naderhand komt een verklaring voor dat eerbetoon. Generaal Jean de Lattre de Tassigny, de man die bevelhebber zou worden in Indochina met de bijnaam ‘le roi Jean’, en die later Maréchal de France zou worden, had gehoord tijdens zijn bezoek aan Nederland, dat er vele verzetsstrijders waren gefusilleerd in de duinen tijdens de oorlog.
Toen hij in de ‘Wildhoef’ was in Bloemendaal, en een rijtje witte kruizen zag, dacht hij dat daar enkele verzetsstrijders lagen begraven. Hij bedacht zich geen ogenblik en bracht de eregroet … vandaar!

Er is nog heel wat nagepraat en gelachen in de kantine, op de duro’s en in de messes, over die eerbewijzen aan “Jan Knoest”.