Zaterdagmorgen 6 december 1947 om elf uur werden op de Stormschool Bloemendaal zes officieren beëdigd voor het front van de troep en in aanwezigheid van militaire autoriteiten. Onder wie kolonel Dulfer, directeur van het directoraat van de Infanterie, majoor Melse, vertegenwoordiger van de sectie opleiding van de Generale Staf en majoor Van Vollenhoven, secretaris van Generaal Kruls. Door het zenden van een telegram had de heer Kruls, die verhinderd was, een bij van belangstelling gegeven.

Nadat de benoemingen waren voorgelezen, legden de zes officieren met de hand aan het Fanion de eed en trouw af. Zij werden vervolgens toegesproken door de commandant van de Stormschool, reserve-majoor J.H.A.K. Gualthérie van Weezel. Deze vestigde er de aandacht op, dat de reserve-officieren, die op dat moment in het beroepsdienst werden opgenomen bij de Prinses Irenebrigade actieve frontdienst hadden verricht bij No. 2 (Dutch) Troop van No.10 (I.A.) Commando. Zijn zijn voortgekomen uit de rangen, waarin zijn blijken hebben gegeven van hun capaciteiten.

De plechtigheid werd besloten met een defilé door Bloemendaal.

De kapitein de Ruiter, een van de zes officieren, die die dag op de Stormschool beëdigd werd, zweert met de hand aan het Fanion trouw aan de Koningin, gehoorzaamheid aan de weten en onderwerping aan de krijgstucht.

De namen der beëdigden zijn:
• C. de Ruiter (kapitein)
• J.G. van den Berg (1e lnt)
• J.P.H. van der Meer (1e lnt)
• W. van der Veer (1e lnt)
• J.C. Woerd (1e lnt)
• W. van der Eem (1e lnt)